Rouw en verlies

Rouw om gemis

Palliatieve zorg is geen terminale zorg. Palliatieve zorg is zorg die gegeven wordt wanneer er geen genezing van een ziekte meer mogelijk is. Ook rouwen begint niet wanneer iemand komt te overlijden.
Rouwen begint reeds bij het voorbereiden op het onvermijdelijke afscheid. Rouwen behelst ook veel meer dan verdriet om een overlijden. Denk maar aan een onomkeerbaar verlies, zoals het verliezen van je woning na een woningbrand. Of het verlies van iets dat betekenisvol voor je is. Bijvoorbeeld het verlaten van de lagere school.

Of het rouwen om een onvervuld toekomstperspectief zoals een kinderwens of een ernstige ziekte die je naasten treft. Dieperliggend, rouw je om het verlies van dromen, mogelijkheden, onbezorgdheid, …
Het verlies van je identiteit, zelfbeeld, … Zo hoor je soms ook over ‘levend verlies’. Wat het verlies omvat van iemand die er nog is. Denk bijvoorbeeld aan dementie.

Rouw is de prijs die we betalen voor de moed die we hebben om anderen lief te hebben.

‘Betekenisvol’ is niet noodzakelijk hetzelfde als ‘positief’. Ook minder goede relaties kunnen betekenisvol zijn en aanleiding geven tot rouw en verdriet.

              

Rouw is uniek

Er is nog steeds veel onduidelijkheid over rouw. Velen denken nog dat rouwen het doorlopen is van opeenvolgende fasen: ontkenning > woede > onderhandelen > depressie > aanvaarding (jaren ’70: Model van Elisabeth Kübler-Ross). Rouw kan zich echter op veel verschillende manieren uiten. 

Van diep verdriet tot vermoeidheid, woede, … Of zelfs tot het niets meer voelen of doen. 
Hoe iemand een ingrijpend verlies beleeft en uitdrukt, hangt namelijk af van tal van factoren.
Iedereen rouwt op zijn eigen, unieke manier. Een andere vaak gehoorde visie op rouw is: “Je moet eens alle seizoenen doorlopen”.

Deze visie en de voorgaande met de opeenvolgende fasen, schetsen een vrij vaststaand verloop.  Het doet vermoeden dat het verlies en verdriet ooit stoppen en dat is niet het geval.
Wat wel gebeurt, is dat we rond ons verdriet heen groeien ermee leren verder leven.

Rouw is een natuurlijk proces dat bij het leven hoort. Bij iedereen op een ander tempo en dat eigenlijk nooit overgaat. Rouwen is geen lineair proces waarbij de pijn die je ervaart stelselmatig afzwakt.
De ene ervaart de pijn van het verlies pas na enkele maanden. Bij de andere schommelt de rouwpijn en komt deze bij bepaalde momenten sterk naar boven. Sommigen voelen een intense pijn gedurende lange tijd.
Dit komt vooral voor bij verlies van kinderen. Vaak duikt die pijn te pas en te onpas weer op doorheen het leven.

Naast het verloop, staat ook de duur van een rouwproces niet vast. Sommigen kunnen na korte tijd weer de draad oppikken, terwijl het voor anderen jaren duurt.

Rouwen… en nu?

Meestal lukt het wel om op eigen krachten en met steun uit de omgeving terug een weg te vinden om met dit verlies verder te gaan. Soms lukt dit niet zo goed en zijn de lichamelijke en/of emotionele reacties zo sterk en aanhoudend dat iemand niet goed meer functioneert in zijn dagelijks leven.  Dan kan beroep worden gedaan op professionele hulp.
Niet door het verlies ‘op te lossen’, maar door samen naar een manier te zoeken om het leven opnieuw op spoor te krijgen.

De hedendaagse visie op rouw is het duale procesmodel (1999, Stroebe en Schut).

Het beschrijft een slingerbeweging tussen herstel en verlies. Van intensief het verlies beleven naar opnieuw doorgaan met het leven. Van je aandacht op het verlies te richten naar het ‘vermijden’ ervan door nieuwe dingen te doen, afleiding te zoeken en nieuwe relaties aan te gaan.
In plaats van een lineair proces met rouwtaken en een eindpunt, is rouwen volgens dit model een continu veranderingsproces. Je slingert keer op keer naar een nieuw evenwicht tussen ‘verliesgericht’ en ‘herstelgericht’.

Deze visie geeft ook mooi weer dat we proberen om te doseren. Rouw brengt nl. ook veel stress met zich mee.
Naast het verlies op zich, zijn er ook indirecte stressoren. Denk aan een financiële impact, misschien een verhuis, …
Wanneer we niet zouden doseren en continu in een overdaad van stress verkeren, bestaat het gevaar voor mentale en fysieke gezondheidsproblemen, wat het risico op gecompliceerde rouw verhoogt.  

Van cure naar care – rouw na overlijden.

Met andere woorden, wanneer je eens niet bezig bent met het verlies op zich, maar met het dagelijks leven dat heruitgevonden moet worden, of je zoekt naar afleiding, of je probeert het verdriet even te vermijden, is dit helemaal oké, zelfs gezond en hoef je je niet schuldig te voelen!

Rouwen is meer dan verdriet

Rouwzorg is binnen palliatieve zorg een zeer belangrijk thema. We benaderen rouwzorg dan ook vanuit de vier pijlers binnen palliatieve zorg:

  • Lichamelijk: Moeilijk kunnen slapen, lichamelijk spanning, hoofdpijn, vermoeidheid, geen eetlust, verhoogde hartslag, …
  • Psychisch: Naast intens verdriet en gemis, gevoelens van hulpeloosheid, machteloosheid, mislukking, schuldgevoelens, kwaadheid, angst voor de toekomst, … Naast negatieve emoties kunnen er ook positieve emoties zijn zoals opluchting omdat er geen strijden en lijden meer hoeft te zijn.
  • Sociaal: Het al dan niet ervaren van steun, van het onderhouden van contacten, het veranderen van ‘rollen’ (vb. van echtgenote naar weduwe), het terugtrekken uit het sociale leven en contacten vermijden, …
  • Existentieel: steun vinden in geloof of kwaadheid tegen het geloof, nadenken over ‘wat na de dood’, stilstaan bij de betekenis en zin van het leven, het werk, het opnieuw vinden van doelen en hoop, …

Rouwenden steunen

Spreken over rouw ligt vaak nog moeilijk. Velen zijn bang van grote emoties omdat ze niet goed weten hoe daar mee om te gaan. 
En toch rouwen mensen niet alleen. Het beïnvloedt niet enkel de rouwende zijn eigen gedrag, maar ook diens relaties met familie, vrienden, collega’s, …
Deze mensen kunnen een belangrijke rol spelen in het verwerkingsproces.

Daarom enkele tips om mensen te ondersteunen in hun rouwproces:

  • Stimuleer het afscheid nemen wanneer de persoon er nog is. Afscheid kunnen nemen heeft een gunstig effect op het rouwproces.
  • Geef informatie en stel gerust. De meeste nabestaanden hebben hier behoefte aan. Zeker wanneer ze niet zelf bij het overlijden aanwezig waren. Soms schrikken ze van hun eigen gevoelens, gedachten en gedrag. Het kan dan helpen om te horen en te voelen dat dit allemaal heel normale reacties zijn op een abnormale situatie.
  • Dé perfecte woorden bestaan niet. Leg dus niet te veel druk door de lat te hoog te leggen. Hierdoor kan men blokkeren of zelfs een gesprek vermijden.
  • Ga in gesprek met een open houding. Wat heeft de andere nodig? Door gewoon te vragen waarover de andere wil praten of wat je kan doen, of ze iets nodig hebben. De liefdevolle verbinding is belangrijk.
  • Zorg voor luisterende aanwezigheid. Laat de rouwende zijn verhaal doen, maar durf ook stiltes toe te laten. Die zijn nodig om alles een plaats te geven. Stilte is soms goud waard.
  • Laat gevoelens toe. Niet alleen verdriet, maar ook woede, machteloosheid, schuld en zoveel meer, kunnen naar boven komen. Geef deze gevoelens ruimte.
  • Spreek alles uit. Wanneer je dit moeilijk vindt, kan het helpen om het eens op voorhand te oefenen en uit te spreken: “Ik wens je …”, “Hij betekende voor mij …”, “Die herinnering neem ik voor altijd mee”, …

Het durven in gesprek gaan met iemand die rouwt, heeft verschillende voordelen:

  • Praten over rouw is erg intiem. Men leert elkaar beter kennen en het brengt mensen dichter bij elkaar.
  • Praten over rouw is erg betekenisvol. Het vergroot het bewustzijn rond sterfelijkheid, er komt meer aandacht voor het nú en het stellen van prioriteiten.
  • Door te praten over de rouw wordt er haltgehouden, stilgestaan en voorkomt men onafgemaakte, onuitgesproken zaken.
  • Stilstaan bij het geleefde leven, het delen van herinneringen, hoogtes en laagtes, is samen verwerken.
  • Praten over de dood vermindert de angst voor de dood. Het helpt om ernaar te durven kijken.

Rouw bij kinderen

Wanneer iemand in de directe omgeving ongeneeslijk ziek wordt, ben je als ouder de beste persoon om hierover met je kinderen te praten en hen te steunen tijdens deze moeilijke periode. Dit is mogelijk iets waar je tegenop ziet, maar als ouder ken je je kind het beste en kan je van daaruit vertrekken om het gesprek aan te gaan. Soms is het reeds genoeg door er te zijn voor je kind, ook al ben je zelf moe, overstuur of verdrietig.

  • Zoek een geschikt moment om te praten waarbij het hele gezin aanwezig is en jullie niet gestoord kunnen worden zodat emoties vrij geuit kunnen worden.
  • Wacht niet te lang met het geven van informatie. Kinderen hebben voelsprieten en hebben heel snel door als er ‘iets’ aan de hand is. Als ze geen informatie krijgen, zullen ze hun fantasie laten werken die vaak erger is dan de werkelijkheid.
  • Begin met een korte duidelijke boodschap: “We moeten je iets verdrietigs vertellen. Oma heeft kanker.” Geef je kind de ruimte om deze eerste boodschap binnen te laten komen. De rest van uw verhaal wordt nu toch niet opgenomen.
  • Geef eerlijk antwoord op hun vragen, dit zal hen een gevoel van vertrouwen geven. Durf ook toe te geven dat je soms zelf het antwoord niet weet.
  • Gebruik geen beeldspraak, probeer zo letterlijk en concreet mogelijk te praten. Praat bijvoorbeeld over ‘kanker’ in plaats van over ‘beestjes’. Je kan eventueel gebruik maken van boekjes of brochures aangepast aan hun leeftijd.
  • Verzeker je kinderen dat er steeds voor hen gezorgd zal worden en tracht het dagelijkse patroon zoveel mogelijk te behouden (bv. slaap- en eettijden) en geef je kind de ruimte om nog kind te zijn door bijvoorbeeld het behoud van hobby’s.
  • Dwing je kind niet tot praten. Respecteer ieders tempo en luister wanneer je kind met vragen komt.
  • Het tonen van uw eigen gevoelens kan voor je kind een voorbeeld zijn. Zo voelen kinderen dat er ruimte is voor emoties en dat hun gevoelens ook aan bod mogen komen.
  • Let op signalen die je kind geeft, bv. een gedragsveranderingen. Weet dat zeer uiteenlopende emotionele reacties normaal zijn, van boosheid en schuldgevoel tot schijnbare onverschilligheid of angst.
  • Jongere kinderen maken vaak gebruik van hun spel om op hun eigen tempo gebeurtenissen te verwerken. Zo kan je kind het ene moment spelen dat haar pop erg ziek is en even later vrolijk puzzelen.
  • Elk kind reageert anders. Dit is afhankelijk van de leeftijd, ervaringen en persoonlijkheid. Sommige kinderen stellen veel vragen, anderen willen er niet te veel over horen. Zo kunnen tieners vooral bezig zijn met het niet ‘anders zijn’ dan hun leeftijdsgenoten en willen ze gewoon ‘normaal’ zijn.
  • Vermijd betuttelen, het steeds ‘goede raad’ geven en het oplossingen aanreiken, het minimaliseren van gevoelens, … Geef je kind vooral ruimte om zichzelf te tonen.
  • Laat gevoelens toe zolang je kind er nood aan heeft. Help meezoeken naar communicatiemiddelen waar ze zich goed bij voelen: praten, tekenen, knutselen, schrijven, muziek, …
  • Informeer de omgeving van je kind. De school, sportclub, jeugdbeweging, … Hierdoor kan de omgeving mee een oogje in het zeil houden en mogelijke gedragsveranderingen opmerken en kaderen. Doe dit steeds in samenspraak met je kind. Sommige kinderen willen dit niet. Vermijd dan ook om er met anderen over te praten in aanwezigheid van je kind.

Palliatieve Zorg Vlaanderen – kinderen

Nieuw event in juni! 🎉

 

>> Meer info